Nieuws>Achtergronden 


Achtergronden Economie, Samenleving, Geld en Energie


Helaas kan hier slechts een korte en incomplete samenvatting worden gegeven. Onder het kopje Achtergronden/Boeken staan de meest fundamentele links en boeken die meer verdieping geven. Op het Internet zijn zeer veel goede sites te vinden die bovenstaande items behandelen.

Elke activiteit kost input van energie. Energie kan niet gemaakt worden, slechts omgezet worden in andere energie. De planten maken ons voedsel door omzetting van elementen welke, onder invloed van zonne-energie, in koolhydraten, vetten, eiwitten en vitamines worden omgezet. Die opbrengst eten wij op; en wij gebruiken de vrijkomende energie om arbeid te verrichten. Deze arbeid verrichten wij met behulp van machines die elektriciteit, koolwaterstoffen of fysieke inspanning vereisen. De aldus ontstane producten of diensten worden vervolgens in de economie geruild tegen andere producten of diensten. Deze omruiling geschiedt heden ten dage met papier waarop een waarde staat gedrukt.

Rond 1850 werden er grote hoeveelheden olie gevonden in de USA. Nadien op meerdere plaatsen in de wereld. Olie heeft een hoge energiedichtheid, wat betekent dat een kleine hoeveelheid olie in staat is tot het verrichten van een grote hoeveelheid arbeid. Na verloop van tijd konden alle oliederivaten gebruikt worden; de meeste voor het verrichten van arbeid. Omdat olie zoīn hoge energiedichtheid heeft kon men machines bouwen die in staat waren te profiteren van nieuwe technologische uitvindingen; aldus versnelde de industriŽle revolutie. Evenzo werden en worden aardgas en kolen ingezet voor arbeid. Maar olie en aardgas werden allengs hťt levenssap waarop onze samenleving draaide. Uit olie en aardgas werden (worden) ook pesticiden en kunstmest geproduceerd waardoor de groene revolutie een aanvang nam. Het zo ontstane voedselsurplus zorgde ervoor dat de wereldpopulatie met sprongen toenam, waardoor reŽle economische groei plaatsvond: meer olie/gas, meer mensen, meer fabrieken, meer producten, meer reŽle economie. Het nadeel van koolwaterstoffen is dat deze bestaan in eindige hoeveelheden en zorgen voor luchtvervuiling. De toegenomen bevolkingsdruk genereert eveneens negatieve, al dan niet irreversibele, ecologische effecten.

Momenteel is het voortbestaan van onze manier van leven discutabel omdat de helft van alle beschikbare olie- en aardgas-reserves op is, terwijl er meer mensen leven op deze planeet dan ooit tevoren. De nog resterende voorraden zijn moeilijker bereikbaar en zijn bijgevolg duurder om op te pompen. Aangezien onze (wereld)economie goedkope energie nodig heeft om te kunnen draaien zal binnen afzienbare tijd de reŽle economie inkrimpen en dat terwijl er meer mensen dan ooit afhankelijk zijn van een goed draaiend economisch stelsel.

Sinds 1971 heeft de wereld de goudstandaard verlaten. Dit hield in dat vanaf die dag papiergeld niet meer omgeruild kon worden tegen goud of zilver. Goud en zilver werden vanaf dat moment beschouwd als slechts metalen en het papiergeld bestond bij de gratie van geloof, hoop en liefde. De historie leert ons echter dat de wereld goud en zilver reeds vanaf 4000 voor Christus beschouwde als geld. En nog steeds vervullen goud en zilver een dubbelrol bij de Centrale Banken. Ook al zijn goud en zilver officieel geen geld, toch houden alle Centrale Banken een flinke voorraad goud en zilver in de kluis. Ondanks alle wetten, regels en afspraken hebben goud en zilver wel degelijk ruilwaarde in het economisch verkeer, zijn goud en zilver wel degelijk geld.

Het huidige geld kan in oneindige hoeveelheden gemaakt worden; zolang er papier is en de drukpers draaiende kan worden gehouden. Ons huidig monetair stelsel is compleet gebaseerd op schulden. De Centrale Banken geven opdracht tot het drukken van geld (de geldgroei of inflatie), wat vervolgens tegen een disconto geleend wordt aan de reguliere banken die het op hun beurt weer uitlenen aan de bevolking en bedrijven. Het onderpand van de Centrale Banken is de economie. De rente op schulden en spaartegoeden kan alleen gefinancierd worden door nog meer geld te drukken. Deze werkwijze is gestoeld op permanente groei van de reŽle economie. Indien de reŽle economie echter permanent achterblijft wordt het problematisch. Er blijkt dan teveel geld in omloop te zijn. Indien de Centrale Bank besluit geld uit omloop te halen zal dit resulteren in deflatie; wat slecht is voor de concurrentiepositie. Daarnaast lenen bedrijven en particulieren minder/geen geld meer want het is duur geworden. Aldus neemt het economisch verkeer af. Indien de Centrale Bank niets doet maar monetair de economie blijft ondersteunen (goedkoop geld aanbieden) zal de inflatie toenemen, wat de koopkracht van de munt ondermijnt. Het ergste scenario is stagflatie (stagnerende economie ťn inflatie). Verder hebben wij burgers geen invloed op deze geldgroei. Sinds Bretton Woods is de discrepantie tussen de reŽle economie en de monetaire economie alleen maar groter geworden.

Eveneens leert de geschiedenis ons dat voorheen alle fiat-currencyīs uiteindelijk teruggaan tot hun intrinsieke waarde, welke slechts de waarde van het stukje papier is waarop een getal en belofte staan gedrukt. Of zoals iemand opmerkte ingeval van hyperinflatie: "Remember....the wealth of a nation does not disappear, it just changes hands".

Goud is geld!